Servatiuskerk

Het dorp Borkel, gelegen aan de linkerzijde van de Dommel, had lange tijd een eigen kapel als dorpskern. Deze kapel was gewijd aan de H. Antonius. De stichting van deze Antoniuskapel heeft, volgens P. Dominicus de Jong, in elk geval plaats gevonden vóór 1444. Voor dit jaartal vielen de kerk van Westerhoven en de kapellen van Dommelen en Borkel onder zeggenschap van de ‘moederkerk’Bergeijk. Het is bekend dat in 1444 Westerhoven, Borkel en Dommelen afgescheiden werden van deze moederkerk. Westerhoven werd nu een zelfstandige parochie met als nevenkapellen Dommelen en Borkel. De kapel van Borkel werd nu een ‘appendix’ (toegevoegde kapel) van de parochiekerk van Westerhoven.
 
Na 1648, na de Vrede van Munster, moesten de Rooms-katholieke kerken gesloten worden, nadat zij gezuiverd waren van alle ornamenten en altaren. In de Republiek der Verenigde Nederlanden was het Rooms-katholieken (en allen, die niet tot de bevoorrechte gereformeerde kerk behoorden) immers verboden om in het openbaar godsdienstoefeningen te houden. Zo zal ook de kapel van Borkel in 1648 leeggehaald en gesloten zijn. Omdat de kapel niet langer de godsdienst kon dienen, werd deze brand-of turfhuis voor de pastoor.

De kapel te Schaft
De naam Schaft is waarschijnlijk afgeleid van het woord ‘watrischafo’, wat watermolen betekent. Bij het dorp Schaft, dat zich aan de rechterzijde van de Dommel bevindt, was vroeger namelijk een watermolen gelegen. Over de inwoners van Schaft kan vermeld worden dat het grootste deel van hen leefde van de landbouw; er woonden echter ook reizende handelslieden te Schaft, de zogenaamde teuten. Deze teuten maakten met hun handelswaar (bijvoorbeeld koper of mensenhaar) lange reizen naar het buitenland. Bij hun thuiskomst werd er uitbundig feest gevierd: de jaarlijkse kermis te Schaft werd dan ook ‘teuten-kermis’ genoemd.
Net als in Borkel bezochten de inwoners van Schaft hun eigen kapel. Kerkelijk gezien oriënteerde Schaft zich niet, zoals Borkel, op Westerhoven, maar op de heerlijkheid Waalre-Valkenswaard. De kapel van Schaft viel onder de moederkerk Waalre en werd aangeduid met de term ‘succuursaal’(‘succursaal’wil zeggen dat er sprake is van een relatie van een ‘dochterfiliaal’ tot een ‘moederkerk’).
De kapel in Schaft is waarschijnlijk gesticht in de periode 1500-1520. P. Dominicus de Jong acht het zeker dat deze kapel in 1520 bestond. De heilige, aan wie de kapel werd gewijd, was St. Petrus Banden, die overigens ook de beschermheilige is van het Schafter gilde. Van de priesters, die het altaar in de Petruskapel bediend hebben, zijn drie namen bekend. P. Dominicus de Jong noemt:
Henricus Colen van Lierop (tot 1 maart 1617)
Petrus Janssen van Lierop (na 13 maart 1617)
Tieleman Tielens (van 1623 tot 31 juli 1637)
Ook voor de Petruskapel te Schaft geldt, dat men, dankzij de creatieve arbeid van Hendrik Verhees, een indruk kan krijgen van de uiterlijke verschijning van deze kapel. 

Na de Vrede van Munster in 1648 werd ook de St. Petrus Bandenkapel leeggeruimd en gesloten. De inwoners van Schaft zochten na deze gebeurtenis hun toevlucht tot de heikerk of kluis van Bergeijk. De Petruskapel is gesloopt in 1816. Een document uit het bisschoppelijk archief te ’s-Hertogenbosch getuigt hiervan:
‘De parochiale kerk op de Schaft is in het jaar 1816, met toelating van den koning afgebroken, en tot reparatie van de schuurkerk gebruikt (…)
De parochiale kerk van Borkel bestaat nog en heeft van ongeheugelijke tijd tot turf en brandhuis van de pastor gediend en is totaal versleeten’.

Dorpsstraat Model.NdtrcItem.HouseNumber
5556 VL, Valkenswaard