Het Oude Raadhuis

Sinds de middeleeuwen vormde Valkenswaard, dat toen Wedert werd genoemd, samen met Waalre een zogenaamde heerlijkheid met een eigen schepenbank. Die bank bestond uit 7 schepenen waarvan er 4 uit Waalre en 3 uit Valkenswaard afkomstig waren. De schepenbank werd ook wel dingbank genoemd omdat zij vooral optrad als rechtbank. Elk dorp had zijn eigen dorpsbestuur, ook wel het corpus genoemd. Het corpus bestond naast de eigen schepenen uit de borgemeesters die belast waren met de dorpsfinanciën, de kerkmeesters en de armmeesters. Tot 1755 vergaderde het corpus, zoals in die tijd algemeen gebruikelijk was, in een van de dorpsherbergen. In dat jaar werd een eigen raadhuis in gebruik genomen. Dat stond op het plein voor het oude raadhuis. In 1794 worden de dorpen Waalre en Valkenswaard geheel ontkoppeld. Een tweede raadhuis werd in 1878 betrokken. In 1910 stelt burgemeester Thijssen voor om eens na te denken over een nieuw raadhuis. Het duurt tot 1920 vooraleer de plannen worden doorgezet. Architect Theo Taen-Err-Toung Toung (Berlijn, 12 december 1889 - Boxtel, 30 oktober 1970), een kleinzoon van de bekende architect dr. Pierre Cuijpers, maakte het ontwerp in de zg. “Um 1800”-stijl. Als Taen in 1921 naar Nederlands Indië vertrekt wordt het werk overgenomen door Eduard Cuijpers uit Amsterdam, een neef van dr. Pierre Cuijpers. Het duurt nog tot 1927 vooraleer de plaatselijke aannemer P. Martens met de uitvoering kan beginnen. Op donderdag 22 maart 1928 is het dan eindelijk zover dat het nieuwe raadhuis officieel kan worden geopend.
De Valkenswaardse herensociëteit ‘Eensgezindheid’ besloot de viering van zijn 50-jarig bestaan te combineren met een geschenk aan de gemeente ter gelegenheid van het nieuwe raadhuis. “Om een goed cliché te krijgen van een valkenvangst heeft het comité zich in verbinding gesteld met den oud-valkenier Karel Mollen om een valkenvangst in elkaar te zetten en hiervan alsdan foto te nemen.” Deze foto werd vervolgens bij de Porceleyne Fles in Delft verwerkt in een fraai tegeltableau dat in april 1928 werd aangeboden aan het gemeentebestuur. Zolang het raadhuis als zodanig in gebruik is geweest sierde het de hal. Sinds 2001 wordt het tableau geëxposeerd in het Valkerij- en sigarenmakerijmuseum.
In 1934 worden de gemeenten Dommelen en Borkel en Schaft aan Valkenswaard toegevoegd met als gevolg dat het raadhuis te klein is. Het bureau van de inmiddels overleden architect Eduard Cuijpers ontwerpt een vleugel aan de rechterzijde van het raadhuis in de stijl van het bestaande gebouw. Het idee is dat de symmetrie kan worden hersteld met een tweede uitbreiding aan de linkerzijde. Die komt er echter niet, want in 1976 wordt een tweede uitbreiding aan de rechterzijde in gebruik genomen. Twee decennia later wordt er echter een geheel nieuw gemeentehuis gerealiseerd aan de Hofnar. Het oude gebouw, inmiddels aangewezen als rijksmonument, wordt ontdaan van zijn uitbreidingen en de oorspronkelijke rechterzijgevel wordt in ere hersteld. Sindsdien is het gebouw in gebruik als kunstgalerie.
In 2001 plaatste de minister het gebouw op de rijksmonumentenlijst met de volgende waardering:

Het voormalige raadhuis is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorisch belang als voorbeeld van een bestuurlijke en sociaal-economische ontwikkeling, namelijk de stichting van nieuwe gebouwen voor het gemeentelijk bestuur in het interbellum en als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het dorpsraadhuis. Het heeft architectuurhistorische waarde vanwege de stijl en de plaats in het oeuvre van de architect Taen Err Toung. Tevens is het waardevol vanwege het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek. Het object heeft ensemblewaarde als onderdeel van een groter geheel, dat cultuurhistorisch van belang is. Het gebouw is belangrijk vanwege de gaafheid van het ex- en interieur.

Markt Model.NdtrcItem.HouseNumber
5554 CA, Valkenswaard