CRANENDONCK ALS SMOKKELGEMEENTE
 
In het jaar 1843 is de grenslijn tussen Nederland en België vastgelegd. Deze grens werd gemarkeerd door heel veel gietijzeren grenspalen. Bij de grootste wegen kwamen slagbomen met kommiezenhokjes en douanebureaus . Tot voor een aantal jaren waren deze nog in bedrijf.
Nadat in Europa de grenzen opengingen was het gedaan met de aangifte van normale particuliere goederen , die over en weer over de grens kwamen.
Tot die tijd moesten heel veel douaneformulieren ingevuld worden en zegels betaald worden .
Nu is er alleen nog een bord te zien met de tekst “U komt nu in België “. De slagboom evenals de vele markante grenspalen staan er nog als aandenken.
 
SMOKKELEN
In de jaren tijdens en na de oorlog tot de jaren 50 en 60 werd er veel gesmokkeld . De bevolking was over het algemeen aangewezen op akker– en landbouw en had het niet breed . Het smokkelen is eigenlijk ontstaan uit armoede . Door middel van het smokkelen van rookwaren, boter en drank etc. kon men op beperkte schaal wat bijverdienen .
Het was in die tijd een wat onschuldig gebeuren. Men liep vaak met pakken op de rug of bij de vrouwen zelfs de boter verstopt onder de rokken, over binnenweggetjes in het donker .
De winst bestond uit de grote prijsverschillen die er over en weer met de grens waren. Daarbij kwam ook nog vaak het koersverschil tussen de Hollandse gulden en de Belgische Frank.
 
Meestal gebeurde het smokkelen op kleine schaal. Doch er waren ook “ echte smokkelaars “ die er een riant bestaan van opbouwden .
Geleidelijk aan werd het groter en professioneler aangepakt en daardoor ook gevaarlijker. De verhalen hierover zijn legio. Men ging niet meer te voet, fiets, kruiwagen of kar, maar met auto’s .Deze auto’s werden zelfs omgebouwd tot echte smokkelwagens. Soms met dubbele bodems en zelfs gepantserd. Men maakte een stalen buis in de vloer , waardoor men bij achtervolging door de kommiezen, kraaienpoten kon laten vallen. Dit waren van ijzer gemaakte punten die op de weg lekke banden veroorzaakten en daardoor de achtervolging moesten belemmeren.
Bij deze achtervolgingen ging het er wel eens “wild “aan toe en werd er ook wel eens geschoten.
Het smokkelen op kleine schaal was veranderd in een harde smokkelwereld .
In de jaren ’60 is hier geleidelijk aan een einde aan gekomen.

 

Smokkelmuseum

Cranendonck wordt door de regio gezien als een echte smokkelgemeente. Het is dan ook zeer terecht dat in deze gemeente een smokkelmuseum is gevestigd. U kunt dit vinden op hetzelfde adres als dat van het VVV-agentschap. Voor openingstijden en prijzen

Niet iedereen praat graag over de smokkelavonturen rond de grens met België, welke zich met name  afspeelden  tussen 1940 (het eerste oorlogsjaar) en circa 1960. Het waren jaren van schaarste, armoe en wederopbouw, waarbij prijsverschil het smokkelen in de hand werkte. 

Bijna iedereen in Cranendonck smokkelde, maar toch wil nog steeds niet iedereen dat weten. Dat komt ook doordat er onplezierige dingen zijn gebeurd. Smokkelaars kwamen om of belandden in de gevangenis. Maar er waren er ook die stinkend rijk werden. Overigens zegt bijna iedereen nu: 'O, dat was spannend', en is de echte schrik vergeten."

Je kunt het zo gek niet bedenken of het werd België in- of uitgesmokkeld; omdat het daar duurder was of juist goedkoper. Er kwamen bijvoorbeeld speelkaarten, nylons en stoffen de grens over en boter, eieren en koeien gingen terug. De paters van de Achelse Kluis smokkelden ook: ze brachten, wadend door de Dommel, bijvoorbeeld jenever in varkensblazen de grens over.